Sint Janskruid
Overige benamingen: Johannesolie, duivelskruid, St. John’s wort
Botanie en signatuur
Latijnse benaming: Hypericum perforatum
Sint-Janskruid behoort tot de hertshooifamilie (Hypericaceae) en is een vaste plant die 30 tot 90 cm hoog wordt. De gele bloemen bloeien van juni tot augustus en bevatten kleine zwarte puntjes: olieklieren gevuld met hypericine. Wanneer men de bladeren tegen het licht houdt, lijken ze doorboord met kleine gaatjes – vandaar de naam perforatum. De signatuur wordt vaak geassocieerd met licht en zonnekracht. De bloei rond midzomer, de felgele kleur en het gebruik tegen somberheid en neerslachtigheid onderstrepen dit symbolische verband met het licht verdrijven van de duisternis.
Belangrijke toepassingen
Antidepressief
ondersteunt bij lichte tot matige depressies.
Zenuwversterkend
kalmeert en versterkt het zenuwstelsel.
Ontstekingsremmend
verzacht in- en uitwendige ontstekingen.
Herkomst en vindplaats
Een zonneminnaar uit Europa
Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) is van oorsprong inheems in Europa, West-Azië en Noord-Afrika. In deze regio’s groeit de plant vooral op open, zonnige plekken zoals bermen, weiden, bosranden en braakliggende terreinen. De voorkeur voor lichte, kalkrijke bodems maakt haar tot een vaste verschijning in halfopen landschappen.
Thuis op droge tot matig vochtige bodems
De plant gedijt op droge tot matig vochtige groeiplaatsen en profiteert van verstoorde grond. Langs paden, akkers en begraasde weiden vestigt ze zich snel, waardoor ze vaak wordt gezien als een typische pionierssoort. Deze flexibiliteit maakt dat Sint-Janskruid zich goed kan handhaven in uiteenlopende microhabitats, zolang er maar voldoende zon is.
Een wereldreiziger buiten haar oorspronkelijke gebied
Door menselijke verspreiding is Sint-Janskruid tegenwoordig te vinden in Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. In deze regio’s groeit ze vaak verwilderd en past ze zich gemakkelijk aan lokale omstandigheden aan. In sommige landen wordt ze als invasieve soort beschouwd, doordat ze zich snel uitbreidt en in open landschappen dominant kan worden.
Belangrijke teeltgebieden voor geneeskundig gebruik
De populariteit van Sint-Janskruid in de kruidengeneeskunde leidde tot grootschalige teelt. Vooral Duitsland, Oostenrijk, Polen en andere Oost-Europese landen zijn uitgegroeid tot belangrijke productiegebieden. Hier wordt de plant verbouwd voor gestandaardiseerde extracten en tincturen die wereldwijd worden toegepast. Ook in Noord-Amerika vindt steeds meer gecontroleerde teelt plaats.
Nog altijd ruim aanwezig in het wild
Ondanks de commerciële productie blijft Sint-Janskruid in grote delen van Europa gewoon in het wild voorkomen. De plant is gemakkelijk toegankelijk, herkenbaar en houdt stand in veel traditionele landschappen. Dat maakt haar tot een van de meest verspreide en vertrouwde kruiden in gematigde klimaten.
Geschiedenis en traditioneel gebruik
Een heilig midzomerkruid met diepe wortels
Sint-Janskruid ontleent zijn naam aan Johannes de Doper, omdat de plant precies rond zijn naamdag – 24 juni – in volle bloei staat. Al in de Oudheid beschreven Hippocrates en Dioscorides het kruid als een waardevol middel voor wonden, spijsverteringsklachten en nerveuze aandoeningen. Romeinse artsen prezen het bij melancholie en gebruikten de helder gele bloemen in zalven die de huid moesten versterken. De associatie met licht en zon – zichtbaar in de goudgele kleur van de bloemen – gaf de plant al vroeg een reputatie als brenger van helderheid en bescherming.
Middeleeuwse symboliek en rituelen
In de middeleeuwen kreeg Sint-Janskruid een bijna magische status. Het kruid werd boven deuren gehangen om kwade geesten buiten te houden, gedragen als amulet tegen ongeluk en verbrand tijdens midzomerrituelen om huizen, vee en mensen te beschermen. Het plukken van de plant bij zonsopkomst op Sint-Jansdag werd gezien als een handeling die kracht en voorspoed bracht. Hildegard von Bingen schreef over de verwarmende, verhelderende kwaliteit van het kruid, dat volgens haar hart en geest kon versterken en duisternis uit de ziel verdreef.
Een klassiek zenuw- en wondkruid
Door de eeuwen heen bleef Sint-Janskruid in de volksgeneeskunde een belangrijk middel voor zenuwpijn, neerslachtigheid, slapeloosheid en reumatische klachten. De bekende rode olie, getrokken uit de bloemen in olijfolie, werd uitwendig gebruikt bij brandwonden, schaafwonden, spierpijn, zenuwpijn en littekenverzorging. In de renaissance kreeg het kruid bekendheid als een “zenuwtonicum”, een middel dat de innerlijke balans herstelde en melancholie verlichtte. Paracelsus beschouwde het als een kruid dat “innerlijke schaduwen” kon verdrijven en zowel fysieke als emotionele wonden hielp helen.
Van volksmiddel tot modern onderzocht kruid
In de 19e en 20e eeuw groeide het wetenschappelijke inzicht in de werking van Sint-Janskruid bij depressieve klachten. Vooral in Duitsland, waar fytotherapie sterk geïntegreerd is in de reguliere geneeskunde, werd het kruid uitgebreid onderzocht. Tegenwoordig wordt gestandaardiseerd extract veel gebruikt bij lichte tot matige depressies, seizoensgebonden neerslachtigheid en stressgerelateerde spanningen. Toch blijft ook het traditionele gebruik voortbestaan: inwendige preparaten bij nervositeit en stemming, en de klassieke Sint-Jansolie bij wonden en spier- of zenuwpijn.
Gebruikte delen en belangrijkste inhoudsstoffen
Gebruikte plantendelen
Voor sint-janskruid worden vooral de bloeiende bovengrondse delen gebruikt: de bloemen, bladtoppen en jonge stengels. De plant wordt geoogst rond midzomer, wanneer de karakteristieke olieklieren in blad en bloem het rijkst gevuld zijn. Het materiaal wordt vers verwerkt of gedroogd.
Werkzame bestanddelen
Naftodiantron-derivaten
Onder andere hypericine en pseudohypericine, kenmerkend voor de roodkleurende olie in bloemen en knoppen.Fytocannabinoïde-achtige verbindingen (acylfloroglucinolen)
Zoals hyperforine en adhyperforine, dominante lipofiele stoffen in de bloeiwijzen.Flavonoïden
Onder andere rutin, quercetine- en kaempferolderivaten komen voor in blad, bloem en stengel.Biflavonen
Verbindingen zoals amentoflavon, typisch voor het geslacht Hypericum.Tanninen (looistoffen)
Zowel blad als bloem bevatten hydrolyseerbare en gecondenseerde tanninen.Fenolzuren
Waaronder chlorogeenzuur en caffeïnezuurderivaten.Essentiële oliecomponenten
Kleine hoeveelheden monoterpenen en sesquiterpenen komen voor in bloeiend materiaal.Overige secundaire metabolieten
Zoals xanthone-verbindingen, triterpenen, harsstoffen en organische zuren.
Geneeskrachtige eigenschappen
Sint-Janskruid staat vooral bekend om zijn werking bij depressieve klachten. Hypericine en hyperforine beïnvloeden de neurotransmitters serotonine, dopamine en noradrenaline, waardoor stemming en emotioneel evenwicht verbeteren. Het kruid wordt vaak ingezet bij lichte tot matige depressie, seizoensgebonden neerslachtigheid en spanningsklachten. Ook kan het bijdragen aan meer energie en motivatie bij mensen die last hebben van lusteloosheid.
Daarnaast heeft Sint-Janskruid een zenuwversterkende werking en kan het bijdragen aan betere slaap en minder angst. Dit maakt het waardevol bij stress, prikkelbaarheid, nervositeit en innerlijke onrust. Het kruid wordt soms ook toegepast bij psychosomatische klachten waarbij spanning zich vertaalt naar lichamelijke symptomen.
Uitwendig toegepast in de vorm van olie of zalf, werkt het wondhelend en pijnstillend. Het wordt gebruikt bij brandwonden, schaafwonden, spierpijn en zenuwpijn (zoals ischias en neuralgie). De ontstekingsremmende werking ondersteunt herstel bij huid- en spierproblemen. Traditioneel werd Johannesolie ook ingezet bij kneuzingen, reumatische pijnen en littekenverzorging.
Er zijn aanwijzingen voor antivirale activiteit, met name tegen herpesvirussen en influenza, al is dit effect in de praktijk nog onvoldoende onderbouwd. Daarnaast wordt onderzocht of Sint-Janskruid een rol kan spelen bij regulatie van de stress-as (HPA-as), wat mede haar kalmerende en stemmingsverbeterende eigenschappen verklaart.
Samengevat is Sint-Janskruid een veelzijdig kruid dat zowel inwendig als uitwendig kan worden ingezet. Het combineert een antidepressieve en zenuwversterkende werking met antivirale, ontstekingsremmende en wondhelende eigenschappen, waardoor het in de kruidengeneeskunde een brede toepassingswaarde heeft.
Indicaties
- Lichte tot matige depressies en neerslachtigheid
- Stress, angst en slaapproblemen
- Zenuwpijn en spierpijn
- Wonden en brandwonden (uitwendig)
- Herpesinfecties (aanvullend)
Verwerking en dosering
Infusie (thee)
Gebruik 1 tot 2 theelepels gedroogd kruid per kop kokend water. Laat dit 10 tot 15 minuten trekken, afgedekt. Drink 2 tot 3 keer per dag, vooral bij neerslachtigheid, lichte depressieve klachten, nervositeit of slaapstoornissen.
Tinctuur
Een gebruikelijke dosering is 2 tot 4 ml tinctuur, oftewel 40 tot 80 druppels, 2 tot 3 keer per dag, verdund in water. Wordt ingezet bij somberheid, innerlijke onrust en milde angstklachten. Bij voorkeur enkele weken aaneengesloten gebruiken voor merkbaar effect.
Poeder / extract
Verkrijgbaar als gestandaardiseerd extract, vaak op het gehalte hypericine of hyperforine. Deze vormen worden meestal therapeutisch gebruikt bij milde tot matige depressies of spanningsklachten. Dosis afhankelijk van preparaat.
Capsules / tabletten
Sint-janskruid is breed beschikbaar als supplement. Let op: bij gestandaardiseerde extracten is interactie met medicijnen mogelijk, zoals antidepressiva, anticonceptie, bloedverdunners en schildkliermedicatie.
Let op:
Sint-janskruid beïnvloedt de werking van veel medicijnen. Gebruik het niet tegelijk met reguliere medicatie zonder overleg met een arts of fytotherapeut. Niet gebruiken bij zwangerschap of borstvoeding zonder deskundige begeleiding. Kan huid gevoeliger maken voor zonlicht.
Combinatie met andere kruiden
- Met valeriaan en passiebloem bij slapeloosheid.
- Met citroenmelisse bij angst en nervositeit.
- Met kamille bij stressklachten.
- Met arnica uitwendig bij spierpijn.
Waarschuwingen en contra-indicaties
- Kan de werking beïnvloeden van veel medicijnen (o.a. antidepressiva, bloedverdunners, anticonceptiepil).
- Niet gebruiken bij ernstige depressie zonder medische begeleiding.
- Overgevoeligheid voor zonlicht mogelijk bij hoge doseringen.
- Voorzichtigheid tijdens zwangerschap en borstvoeding.
Onderzoeken
Sint-Janskruid is een van de best onderzochte kruiden in de westerse fytotherapie. Talrijke klinische studies hebben aangetoond dat extracten van het kruid effectief zijn bij lichte tot matige depressies, met vergelijkbare resultaten als synthetische antidepressiva maar vaak met minder bijwerkingen. De werkzame stoffen hypericine en hyperforine beïnvloeden de heropname van neurotransmitters en moduleren stresshormonen, waardoor stemming en emotioneel evenwicht verbeteren.
Meta-analyses bevestigen de werkzaamheid en veiligheid bij kortdurend gebruik, hoewel interacties met medicijnen een belangrijke beperking vormen. In Duitsland wordt Sint-Janskruid veelvuldig voorgeschreven door artsen als eerstekeusmiddel bij lichte depressies. Onderzoek wijst verder op een gunstig effect bij angststoornissen, slaapproblemen en psychosomatische klachten, waarbij spanning zich vertaalt naar lichamelijke symptomen.
Daarnaast is er groeiende interesse in de antivirale eigenschappen van hypericine. In vitro-studies tonen activiteit tegen herpesvirussen, hepatitis C-virus en zelfs HIV, al is de klinische toepasbaarheid hiervan nog niet bevestigd. De resultaten geven wel aanleiding tot verder onderzoek naar mogelijke antivirale toepassingen.
Ook het uitwendig gebruik van Sint-Janskruidolie wordt door onderzoek ondersteund. Klinische en laboratoriumstudies laten zien dat de olie wondheling kan versnellen, pijn kan verminderen en ontstekingen kan kalmeren. Dit bevestigt het traditionele gebruik bij brandwonden, kneuzingen en spierpijn.
Toekomstig onderzoek richt zich op het verduidelijken van de rol van hyperforine, de optimale dosering en de lange termijn veiligheid bij chronisch gebruik. Ook wordt gekeken naar de precieze werking op de HPA-as (stress-as) en de mogelijkheden om de antivirale eigenschappen klinisch te benutten.
Recepten
- Kalmerende thee: Sint-Janskruid gecombineerd met citroenmelisse en kamille.
- Johannesolie: maceraat van bloeiende toppen in olijfolie, toegepast bij spierpijn en wonden.
- Avondthee: Sint-Janskruid met valeriaan en passiebloem voor betere slaap.
Gebruikte bronnen
- Geert Verhelst, Groot Handboek Geneeskrachtige Planten, 12e druk
- Herbal Reality
- Willem Jacobs:
- Lyme Natuurlijk Genezen
- De Spirituele Dimensie van de Ziekte van Lyme
- Stephen Harrod Buhner:
- Healing Lyme
- Herbal Antibiotics
- Klinische studies en traditionele fytotherapeutische monografieën
- IVG-info.nl – Voedingssupplementen
Zoek je een kruid?
In ons kruidenoverzicht vind je alle planten die we hebben beschreven – van bekende klassiekers tot vergeten bladgroen. Handig gesorteerd en makkelijk te doorzoeken. Je leest er alles over hun geneeskracht, botanische eigenschappen en traditionele toepassingen, tot aan gebruik en dosering.
Disclaimer
Kruidenhelen is een informatief platform dat zich richt op het delen van kennis over de werking en toepassing van geneeskrachtige kruiden en natuurlijke middelen. Wij zijn geen artsenpraktijk en bieden geen persoonlijke diagnoses of behandelingen aan.
De informatie op deze website is bedoeld als inspiratie en ondersteuning bij het gebruik van kruiden, en vormt geen vervanging voor medisch advies of professionele zorg. Bij gezondheidsklachten raden we aan altijd contact op te nemen met een arts of gekwalificeerde therapeut.
Wij baseren ons op literatuur, traditionele kennis, praktijkervaring en gesprekken met deskundigen. Toch kunnen wij geen garanties geven over het effect van kruiden bij individueel gebruik. Het toepassen van informatie van deze website gebeurt op eigen verantwoordelijkheid.
